Schrijfbeest

Hier vind je al mijn schrijfsels! Mijn lange verhalen, korte verhalen en mijn online diary. Om het allemaal overzichtelijk te maken, staat alles op een aparte weblog: zie de links. Enjoy!

woensdag, oktober 11, 2006

Mode

26 september 2006

In de Viva stond afgelopen week welke kledingstukken ik allemaal moet weggooien. “Hebben, houden, dumpen” heette het artikel. Ik begin altijd heel geïnteresseerd aan dat soort stukken, en leg ze steevast zwaar geïrriteerd weg. Dit keer was mijn score wel heel dramatisch. Ik werd gesommeerd al mijn broeken met wijduitlopende pijpen weg te gooien, samen met mijn strokenrok en mijn spijkerjasje.
Een paar jaar geleden bestond mijn hele garderobe uit flared broeken. Dat is wel wat minder geworden, gelukkig, maar toch liggen er nog drie exemplaren in mijn kast. Twee daarvan zijn voornamelijk werk- en scoutingbroeken, één draag ik nog echt. Vorige week had ik ‘m nog nietsvermoedend aan naar een verjaardag. Niet wetend dat ik voor gek liep. Achter. Want die wijduitlopende pijp kon toen natuurlijk ook al niet. Of misschien ook wel, wie zal het zeggen.
Natuurlijk kan het me helemaal niks schelen wat de Viva zegt. Kom nou, het is maar een tijdschrift, for God’s sake. Ik zal heus niet écht mijn ouderwetse spijkerbroeken, lievelingsrok en spijkerjasje (onmisbaar in mijn garderobe sinds mijn veertiende) gaan weggooien. Ze zitten lekker en ik vind ze ook echt leuk staan. Ze horen bij mijn stijl. Een broek met wijduitlopende pijpen en laarzen er onder, dat hoort bij mij. Als ik mijn opvallende strokenrok draag krijg ik daar nog steeds weleens complimentjes over, waarschijnlijk van mensen die net zo achter lopen als ik. Een mijn spijkerjasje is de enige zomerjas die op de strokenrok kan, en hetzelfde geldt voor mijn wijde legergroene broek. Ja, dat let allemaal nauw.
Maar altijd als er in een tijdschrift staat dat ik een kledingstuk moet meegeven voor de arme mensen, en ik dat eigenlijk helemaal niet wil, gebeurt er iets geks. Al gauw ga ik het kledingstuk zelf ook minder leuk vinden. Ik ga het minder en minder dragen. Ik zie ook niemand meer die het draagt, wat me sterkt in de overtuiging dat het eigenlijk een belachelijk kledingstuk is. Ik zie iedereen in iets anders, iets nieuws dat ik moet hebben. Ik roep altijd dat ik nooit bretels zal gaan dragen, maar je weet het nooit. Ik ben duidelijk geen trendsetter, maar een trendvolger, hoe graag ik ook zou willen dat het anders was. Ik hobbel er maar achteraan. Een paar maanden nadat een tijdschrift mijn geliefde kledingstuk heeft afgekraakt, geef ik schoorvoetend toe dat het inderdaad niet echt leuk meer staat.
En nu heb ik er serieus over nagedacht om een legging te kopen. Daar kwam ik op tijd van terug, toen ik bedacht dat ik niet zou weten wat ik op die legging zou moeten dragen, behalve een rokje of jurkje, en dat kan ik net zo goed met een panty dragen. Maar dat ik het overwogen heb is al erg genoeg. Een legging. Dat is ongeveer het grootste verraad dat ik aan mijn stijl kan plegen. Want ondanks mijn trendvolgerij hoop ik toch een eigen stijl te hebben waar ik alle modegrillen mee combineer. Ik heb hopelijk toch wel iets eigens, iets dat blijft. Ik wil geen paspop zijn waar je alles maar aan op kunt hangen, ieder seizoen iets anders. Een paspop die daar vervolgens nog veel geld voor betaalt ook.
Dus ik heb iets besloten. Ik blijf mijn broek met wijde pijpen dragen dit jaar. Net als mijn strokenrok en mijn spijkerjasje. Ik luister niet meer. Ik vind die dingen leuk. Ze horen bij mij, ze zijn van mij en ze blijven van mij. Als het even kan, blijf ik ze dragen tot ze weer in de mode komen. En dan ben ik opeens de trendsetter.